Het blijft bijzonder om mee te maken, de opgraving van een grafveld uit de Romeinse tijd. We hebben nu 151 graven kunnen onderzoeken, en als we zo door gaan dan worden dat er uiteindelijk wel 300!
Er komen waanzinnig veel variëteiten aan grafvormen voorbij. Dat betekent voor ons dat we alert moeten zijn op de methode die we gebruiken om de graven te onderzoeken. Zo hebben we onder andere te maken met inhumatiegraven, waarbij het lichaam in zijn geheel ter aarde werd gesteld. Soms gebeurde dat in een houten kist, en dat kunnen we zien aan siernagels en het plaatbeslag dat bewaard is gebleven. De houten kist is vaak compleet vergaan, net als de botresten. Het opgraven van een inhumatiegraf vergt een archeoloog met argusogen, want enkel de afdruk van het lichaam is op den duur nog herkenbaar… Het hoofd is in de afbeelding hieronder te zien aan de rechterkant, de benen aan de linkerkant.
We nemen monsters ter hoogte van de maag en darmen, zodat onze specialist op kantoor eventuele ziekteverwekkers op kan sporen onder de microscoop. In de begraving vinden we soms grafgiften in de vorm van vaatwerk, munten, spelden of andere gebruiksvoorwerpen. Om alles te kunnen vinden wordt alle grond in en rondom het graf gezeefd.
Bij andere grafvormen werkt het opgraven net iets anders. Een groot deel van de graven bestaat namelijk uit crematiegraven of resten van een brandstapel. Daarbij heeft het geen zin om monsters te nemen van de maaginhoud doordat het lichaam volledig verbrand is en door elkaar ligt. Bovendien werden de botresten na de crematie met de hand verzameld en in een stuk vaatwerk, een leren buideltje of los ter aarde gesteld. Om zoveel mogelijk van het graf bij elkaar te houden gebruiken we emmers om de grafinhoud in te verzamelen en te zeven. De overgebleven resten onderzoeken we dan onder de microscoop om te kijken naar de houtsoort die is gebruikt op de brandstapel, de aanwezigheid van zaden en pitten, en zien we of er nog andere gebruiksvoorwerpen aanwezig zijn. Al die informatie kunnen we goed gebruiken bij het begrijpen van de keuzes die gemaakt zijn bij het grafritueel, of om te bepalen hoe oud het graf is op basis van een koolstofdatering.
We vonden in september twee brandgraven die uitzonderlijk groot en rijk gevuld waren met giften. Het eerste graf konden we goed herkennen aan de pikzwarte vulling. Hierin zat veel aardewerk, een ijzeren mes en enorm grote ijzeren nagels die aan scheepsnagels doen denken. Wellicht werd scheepshout gebruikt als brandhout voor de brandstapel. Het aardewerk uit het graf werd pas vanaf het jaar 175 geproduceerd, daarom weten we hoe oud het graf ongeveer is. Het tweede graf was zo rijk gevuld, dat we besloten om het en bloc te lichten: we zetten een aluminium bak om het graf heen en verplaatsen de bak met inhoud naar ons kantoor. Daar zullen we het graf zorgvuldig uit gaan lepelen.
Soms ontdekken we iets waarvan we niet weten wat het is. Deze ringvormige metaalvondst bijvoorbeeld houdt de archeologen op de opgraving in de ban. Is het een voetboei? Of hielden mensen gewoon van ijzeren donuts in de Romeinse tijd? Laat het ons weten! 😉